Portret Zoë.

Het orginele beeld is van klei gemaakt aan de hand van foto’s.

In 3 maanden is het geboetseerd en gegoten in brons. Van een kleimodel wordt een siliconenmal gemaakt waarna er een gietwasmodel van wordt gegoten.

Klei kan nooit in brons worden gegoten, was wel. Het gietwasmodel gaat naar de bronsgieter die het portret voorziet van gietkanalen en ontluchtingskanalen. Ook wordt er een kern ingegoten van chamotte en gips.

Deze kern wordt vastgehouden door kernspijkers die door het wasmodel heen worden geprikt, zodat ze blijven “hangen”in de buitenmal (de gietmal) en de kern. De was wordt eruit gestookt, dit heet “verloren was ” methode.
Als het gegoten bronsmodel uit de gietmal komt worden de kanalen en de kernspijkers verwijderd, waarna het oppervlakte wordt bijgewerkt. Vervolgens wordt het beeld gezandstraald en op kleur gebracht (patineren) met chemicaliën.